Pensioenfondsen betalen 1,5 miljard euro aan prestatievergoedingen

Avatar
Redactie

jul 13, 2017

    DNBPensioenfondsen maken veelal gebruik van externe vermogensbeheerders. Daarbij spreken partijen vaak een prestatievergoeding af. Onderzoek van DNB toont aan dat grotere en meer gespecialiseerde pensioenfondsen meer gebruik maken van prestatievergoedingen. Bovendien betalen zij minder prestatievergoeding voor dezelfde prestatie van een vermogensbeheerder. Dit geldt in het bijzonder bij alternatieve beleggingscategorieën.

    Een mogelijke verklaring hiervoor is dat deze pensioenfondsen een betere onderhandelingspositie in deze markt hebben door hun schaalgrootte of expertise in vergelijking tot kleinere en minder gespecialiseerde fondsen.

    Omvangrijke prestatievergoedingen
    Nederlandse pensioenfondsen betalen omvangrijke prestatievergoedingen aan vermogensbeheerders. Een prestatievergoeding is een extra beloning die een vermogensbeheerder krijgt als deze een rendement realiseert boven een bepaalde drempelwaarde of benchmark. Dit type vergoedingen komt met name voor bij actieve beleggingsstrategieën en bij alternatieve beleggingscategorieën zoals hedgefondsen en private equity. Nederlandse pensioenfondsen betaalden in 2015 in totaal 1,5 miljard euro aan dergelijke prestatievergoedingen. Dit wordt gefinancierd uit het extra rendement dat deze beleggingen opleveren.

    De hoogtes van de prestatievergoedingen verschillen per beleggingscategorie. Voor private equity en hedgefondsen worden doorgaans hoge prestatievergoedingen betaald. Over de jaren 2012-15 werd per jaar gemiddeld 0,69 procent van het in de betreffende categorie belegde vermogen betaald voor private equity en 0,87 procent voor hedgefondsen, zoals zichtbaar in de tabel. Voor de traditionele beleggingscategorieën was de gemiddelde prestatievergoeding slechts enkele honderdsten van een procent. De tabel laat ook zien dat Nederlandse pensioenfondsen over deze periode van vier jaar een gemiddeld totaal rendement hebben gehaald van 9,72 procent. Het overrendement, dat is het totaal rendement minus alle beleggingskosten (zoals prestatievergoedingen) en het rendement op een benchmark, was met 1,40 procent het hoogste voor private equity.

    TRO

     

    * Netto is na aftrek van alle beleggingskosten waaronder prestatievergoedingen
    ** Overrendement is het netto totaal rendement minus het rendement op een benchmark die het pensioenfonds zelf kiest en rapporteert
    *** In procenten van belegd vermogen in de betreffende beleggingscategorie

    Grootte en expertise doen er toe
    Een analyse van 218 Nederlandse pensioenfondsen tussen 2012 en 2015 laat zien dat grote en gespecialiseerde pensioenfondsen meer gebruik maken van prestatievergoedingen. Grote pensioenfondsen betalen significant minder prestatievergoedingen voor dezelfde prestatie van een vermogensbeheerder. Dit geldt met name voor hedgefondsen. Ook pensioenfondsen die zich specialiseren in private equity hebben dit voordeel.

    Grote en meer gespecialiseerde pensioenfondsen lijken dus in staat betere afspraken over prestatievergoedingen te onderhandelen met hun vermogensbeheerders dan kleine pensioenfondsen. Zij staan een kleiner deel van het overrendement af aan de vermogensbeheerder. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat deze pensioenfondsen een betere onderhandelingspositie hebben door hun grotere schaal of expertise. Dit pleit voor voldoende schaalgrootte en voor specialisatie wanneer pensioenfondsen in alternatieve beleggingen investeren. Ook blijkt dat naarmate pensioenfondsen groter of meer gespecialiseerd zijn ze een iets hoger rendement halen op aandelen, vastgoed, private equity en hedgefondsen. Overigens zijn er naast de effectiviteit van prestatievergoedingen veel meer factoren die de optimale omvang van een pensioenfonds bepalen.

    Wel of geen prestatievergoeding is minder belangrijk
    Prestatievergoedingen zijn gekoppeld aan actief vermogensbeheer en gericht op het verslaan van benchmark. Als de vermogensbeheerder de benchmark niet verslaat wordt geen prestatievergoeding betaald. Er zijn daarnaast ook pensioenfondsen die een passieve beleggingsstrategie volgen en die bij gevolg ook geen prestatievergoeding betalen. Een belangrijke bevinding is dat er gemiddeld genomen geen verschil in rendement waarneembaar is tussen de groep pensioenfondsen die wel en de groep pensioenfondsen die geen prestatievergoeding betaalt. Deze conclusie geldt voor de meeste beleggingscategorieën en blijft van toepassing na een correctie voor het risicoprofiel van de beleggingen. Uiteraard kan de situatie van een individueel pensioenfonds hier van afwijken. Alternatieve beleggingen kunnen een voordeel bieden in termen van meer portefeuillediversificatie. Verder is actief vermogensbeheer belangrijk voor efficiënte prijsvorming in financiële markten.