.jpg) Een van de problemen is dat de toestroom van aspirant-studenten niet groot genoeg is om zinvol te selecteren. De Universiteit Leiden was een van de pleitbezorgers van selecteren aan de poort. De universiteit wilde zo haar niveau verhogen. Dit jaar mochten universiteiten en hogescholen op bescheiden schaal experimenteren met selectie aan de poort. Leiden deed dat zeer voorzichtig: op papier werden studenten geselecteerd op basis van de score op het centraal schriftelijk eindexamen, maar ze werden allen toegelaten. Daarna werd gekeken of de 'geselecteerden' het beter deden dan de 'niet-geselecteerden'. Dat was het geval, maar ook veel van de niet geselecteerde studenten bleken uitstekende studieresultaten te behalen. Ofwel: als Leiden echt zou gaan selecteren, zouden veel studenten ten onrechte worden afgewezen. Pogingen dat euvel te verhelpen door ook andere selectie-instrumenten in te zetten, faalden. Zo bleek een motivatietoets makkelijk te manipuleren. 'Wij vinden het onverantwoord nu door te gaan met selecteren', zegt de woordvoerder van de universiteit. In de zomer houdt de universiteit een conferentie om zich te beraden op selectie aan de poort. Hoogleraar onderwijskunde Paul Vedder, voorzitter van de commissie die advies uitbracht aan het college van bestuur, laat in de Volkskrant weten dat hij denkt dat selectie onder bepaalde voorwaarden wel zinvol kan zijn. Zo moet het aantal aspirant-studenten veel groter zijn dan het aantal studieplaatsen. Dat was in Leiden niet het geval. Bovendien zou het studieprogramma iets speciaals te bieden moet hebben. 'Wij hebben geëxperimenteerd met selectie bij gewone studies. Het zou heel anders zijn als je iets hebt waarvoor studenten uit het hele land naar je toe komen.' Dan leidt de selectieprocedure vaak weer tot zelfselectie, waarbij studenten tot het inzicht komen dat dat speciale programma niet voor hen geschikt is. 'En dan kan de toestroom dusdanig worden dat er ook wat te selecteren valt.' (Bron: Volkskrant) |