Op weg naar het berkenbos moet je oppassen dat je niet plat op je gezicht gaat. Want de High Tech Campus lijkt hier en daar wel een survivalterrein. Modderpaden en greppels bedekt met logge elektriciteitskabels zijn nog de makkelijkste hindernissen. De ronddraaiende kraanwagens en langs scheurende graafmachines, dáár krijg je bonuspunten voor. Uitpuffen op een bankje in het bos is er helaas niet bij: de jonge, ranke bomen doen hun best niet te bezwijken onder de storm die erdoorheen raast. Bovendien, een zitplaats ontbreekt. Ach, je moet het wíllen zien; deze zomer is het er vast heel fijn.
De High Tech Campus is een bedrijventerrein aan de rand van Eindhoven, rondom Philips Research, voorheen het Natlab (Natuurkundig laboratorium) van Philips. Het is zo'n honderd hectare groot en vijftig verschillende nationaliteiten werken in ongeveer dertig bedrijven aan technologische innovaties. Vorig jaar bezochten dertigduizend mensen de campus, stuk voor stuk op uitnodiging. Zomaar de eendjes voeren langs de grote vijver was verboden, tot 1 januari. Sindsdien is het terrein vrij toegankelijk.
'Wij zijn slecht in het aanprijzen van technologische innovatie en van de campus', zegt Rick Harwig, directeur van Philips Research, een van de belangrijkste spelers op het bedrijventerrein. 'De sector is onzichtbaar, 95 procent van de producten die in de cleanrooms (stofvrije kamers, red.) worden gemaakt, vindt zijn afzetmarkt in het buitenland. Je ziet de producten niet gemaakt worden en je ziet ze niet gebruikt worden. Den Haag heeft oogkleppen opgehad en de kenniseconomie lang verwaarloosd, maar wij hier op de campus hebben evengoed verzuimd om de uithangborden op te hangen. We moeten de technologie toegankelijk maken. Dat de poorten nu open zijn, is dan ook een doorbraak. Laatst zag ik hier de eerste kinderwagen rondrijden.'
Aanvankelijk wilde voormalig Philips-directeur Cor Boonstra rondom Philips Research een cluster van bedrijven vormen dat Philips zou versterken. Maar directeur van de campus Jérôme Verhagen, overigens ook in dienst van Philips, trok het samenwerkingsconcept breder en haalde daarnaast andere technologiespelers naar het terrein. 'Technische bedrijven hebben in toenemende mate elkaars expertise nodig. Ze moeten de handen ineenslaan. Neem de elektronische krant. Een producent die inkt in glasmateriaal verwerkt, heeft niet de kennis in huis om het display van die krant te ontwikkelen. Door bedrijven met verschillende technische expertise fysiek dicht bij elkaar te zetten, stimuleren we uitwisseling van kennis. Een nieuwe vorm van ondernemerschap.'
Open innovatie wordt het ook wel genoemd, die nieuwe vorm van samenwerking. Het was nodig, want door het eindeloze gevecht om de innovatiegeest uit de fles te krijgen, heeft Nederland volgens Verhagen op een aantal terreinen al de boot gemist. 'We zijn van oudsher boeren en handelaren. We gaan risico's uit de weg. Vraag een Amerikaan wat hij later wil doen en hij zegt dat hij een bedrijf wil beginnen. Een Nederlander niet, die wil veilig bij een grote onderneming aan de slag. Op zich prima, maar de internationale concurrentie neemt toe. Kijk maar naar Turkije, Polen of India. Landen die nu opstoten in de vaart der volkeren, doen dat met technologie en industrie.'
Philips moest een stapje terug doen, want bedrijven zouden niet naar de campus komen als ze door Philips werden gedomineerd. Maar er kwamen wel strenge selectiecriteria, gebaseerd op de bereidheid tot samenwerking. 'Bedrijven die enkel willen meeliften op de reputatie van de High Tech Campus, of het wel makkelijk vinden om nieuwe werknemers te werven, komen er niet in', zegt Verhagen.
Aanvankelijk was Philips juist om die laatste reden nog even terughoudend, want wat als andere bedrijven om de hoek een hoger salaris bieden? Werknemers kunnen makkelijk overstappen en voor je het weet, loopt iedereen bij je weg. Maar Verhagen ziet juist daarin ook de kracht: 'Kijk maar naar Silicon Valley. Dat vaart uitstekend bij de grote flexibiliteit van de researcher and developer. Een techneut werkt meestal op een project van een paar jaar, daarna wil hij een nieuwe uitdaging. In Silicon Valley hoeft hij maar om zich heen te kijken en binnen een straal van een kilometer kan hij een volgend project uitzoeken. Je werknemers zullen weggaan, maar daar komen andere mensen voor terug. Het werkt vice versa.'
Het concept sloeg aan. In zes jaar tijd is het aantal werknemers op de campus gegroeid tot vijfduizend. Ze zijn in dienst van grote spelers als ASML, Atos Origin en IBM. Ook nieuwkomers Holst Centre, dat draadloze systemen ontwikkelt en Liquavista, dat lichtreflecterende schermpjes voor mobiele telefoons maakt, trokken naar de campus.
Philips is er met elf bedrijven ruimschoots vertegenwoordigd en investeerde navenant in state-of-the-art faciliteiten voor gezamenlijk gebruik. Vooral voor de technostarter een groot voordeel, weet Verhagen: 'Een IT'er heeft alleen een computer nodig om een onderneming te beginnen. Een technostarter moet grote risico's nemen omdat hij kostbare faciliteiten nodig heeft zoals een stofvrije cleanroom, waarin chips worden getest. Hier kan hij er commercieel gebruik van maken zonder dat hij zelf grote investeringen hoeft te doen.'
Ondertussen moet Den Haag nog wel over de brug komen. Het afgelopen jaar hebben bijna alle fractievoorzitters de High Tech Campus bezocht, in ieder geval een teken dat ze zich willen verdiepen, vindt Jérôme Verhagen. Maar het komt nu op concrete toezeggingen aan. 'Over heel de wereld zijn overheden actief en wordt de infrastructuur rondom dit soort gebieden bijna voor niets aangeboden. Maar de nieuwe afslag vanaf de A2 die direct naar de High Tech Campus zal leiden, heeft Philips zelf moeten betalen. In Singapore wordt één miljard euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van biotechnologie omdat het daarin voorop wil lopen. Wij proberen een deel van de 140 miljoen euro uit de aardgasbaten binnen te halen.'
Toch vindt Verhagen dat de knop wel om is, innovatie staat inmiddels hoog op de politieke agenda. Zo worden twee centra ontwikkeld met overheidssteun, een voor microsystemen en een voor moleculaire medicijnen. Ook wordt binnenkort een gebouw uit de grond gestampt speciaal voor technostarters die er tegen lage prijzen ruimtes kunnen huren.
Voor de dagjestoerist liggen de attracties in het hart van de High Tech Campus, in The Strip, een driehonderd meter lange glazen streep van restaurants, conferentiezalen, een auditorium, kunstgalerie, kapper, uitzendbureau en supermarkt. De gedachte: werknemers moeten iedere dag minstens één keer hun gebouw uitkomen. Zo worden ze gestimuleerd kennis met elkaar uit te wisselen.
Alles binnen The Strip oogt hightech: veel neon, klinisch wit en fluorescerend verlicht kunststof. Op de eerste verdieping van dit meeting plaza regelen werknemers hun financiële zaken met een virtuele bankmedewerker en plasmaschermen boven eettafels tonen het seminarprogramma van het auditorium. Die mag de recreatieve bezoeker nu bijwonen, althans als er geen gevoelige informatie wordt prijsgegeven. Ook vrij toegankelijk is het tweemaandelijkse lunchconcert in het auditorium. En binnenkort beginnen TNO en de Technische Universiteit Eindhoven een science café met open debatten tussen prominente innovators. Verder? Tja, een kopje koffie met een broodje op het terras aan het water en wellicht een Willie Wortel-gesprek afluisteren, dat is het wel zo'n beetje.
Een spontaan bezoekje aan het Homelab van Philips, waar de nieuwste technologische snufjes door consumenten worden getest, zit er helaas niet in. 'We doen twee keer per week een tour voor partners en we houden speciale dagen voor studenten', zegt Ellen de Vries van Philips Research. 'Maar verder is het Homelab gesloten voor het publiek. Het is hartstikke leuk dat iedereen het terrein op kan, maar we kunnen natuurlijk niet zomaar al onze intellectual property laten zien.'
Geen bezoek aan het Homelab dus, maar gaat Philips nog iets doen om de doorsnee bezoeker meer feeling met techniek mee te geven? 'Als je leuke dingen wilt zien, moet je naar Amsterdam gaan, daar staat Living Tomorrow, het huis van de toekomst', zegt De Vries. 'Of je kunt naar een van de grote beurzen. Hier op de campus zijn we bezig met research and development, we focussen op ingewikkelde onderwerpen die de fantasie niet bepaald prikkelen.' Maar komt er dan tenminste een showroom waar de bezoeker de nieuwste technische snufjes, zoals de elektronische krant, kan zien? 'Nee, wij zijn een commerciële organisatie. Het heeft geen added value om geld te steken in het brede publiek.'
Toch vindt De Vries dat de technische sector inmiddels enorm toegankelijk is. 'Philips Research was the best kept secret in de technische industrie. Er werd gewoonweg niet over gecommuniceerd, want men was bang dat producten die al op de markt waren niet meer zouden worden verkocht als nieuwe technieken werden verklapt. Die angst blijkt onterecht. Het duurt jaren voordat zo'n product een plek op de markt heeft gevonden. Nu mogen klanten en partners bij ons binnen komen kijken.'
Voorlopig valt het met de aanloop van de spontane bezoeker dus wel mee. En is The Strip buiten lunch- en borreltijd nagenoeg verlaten. Het zijn voornamelijk partners van werknemers en oud-personeelsleden die nu de campus bezoeken. Zoals Marietta Fedder die samen met haar zoontje in het Grand Café een gebakken ei eet. 'Ik wacht op mijn man, die werkt bij Philips en heeft hier een vergadering. Daarna gaan we naar de personeelswinkel, daar is uitverkoop.'
'In juni 2003 hebben we ons gevestigd op de High Tech Campus. Zonder dit gebied zouden we het niet redden. Wij kunnen onmogelijk het geld opbrengen om de faciliteiten waar we gebruik van maken zelf te bouwen. De komst van de campus heeft op die manier technologische innovaties gestimuleerd. Daarbij, veel mensen bij Fluxxion komen van Philips. Handig, want wij hebben nog regelmatig de kennis van Philips nodig en onze werknemers weten dan precies waar en bij wie ze moeten zijn.
Verder zijn we hier een beetje een vreemde eend in de bijt. We zullen niet zo snel tijdens de lunch in The Strip met werknemers van andere bedrijven tot nieuwe ideeën komen. Hooguit wisselen we kennis uit over hoe we iets moeten maken.
Ik heb nog niets gemerkt van de vrije toegang voor het publiek. We zijn voornamelijk heel druk met onszelf en onze klanten bezig. Die kunnen nu makkelijker in en uit lopen, dat is alles. Het is wel goed dat het publiek het terrein op kan. Maar toegegeven, veel van techniek zien ze niet. Een expositieruimte? Ja, dat zou een goede zijn.'
Hans Feijl, oprichter van Liquavista
(gaat displays met een witte reflector erin maken voor gsm's, zodat het scherm ook in de zon goed leesbaar is) 'Als startende onderneming buiten de campus een kantoor huren, is geen optie. We zouden dagelijks op onze fiets hiernaar toe moeten om gebruik te maken van de faciliteiten, zoals de cleanrooms.
De campus moet zijn draai nog vinden in het werken met starters en kleine partijen. De huurprijzen zijn bijvoorbeeld hoog. Er komt wel een goedkoper gebouw voor beginnende ondernemers, maar dat is pas volgend jaar. Het concept voor de campus is ontstaan vanuit het Natlab, dat is zo groot, daar kan alles, mag alles geld kosten. Voor een starter mag het hier en daar wel wat soberder.
Wat ik het meeste mis, zijn risico-investeerders in de buurt. In Nederland zijn die bijna niet te vinden. Dat wordt schromelijk onderschat. We hebben in Amerika, Duitsland, Frankrijk gezocht en uiteindelijk een financier in Engeland gevonden.
Het is prettig dat iedereen nu vrije toegang heeft tot de campus; ik hoef niet steeds mijn bezoekers aan te melden bij de bewaking. Maar het is hier geen attractiepark en dat zal het ook niet worden. Mijn ervaring met familiedagen is trouwens dat de kloof alleen maar toeneemt. Ze snappen er niets van dat wij 's ochtends naar ons werk gaan en niet weten wat we die dag gaan doen, dat we iets moeten verzinnen.'
|